Het vieren van de Shabbat is een verlangen dat God heeft laten groeien in m'n hart.
In m'n omgeving werd zoveel gepraat over de Shabbat dat ik er behoorlijk van in de war raakte.
Soms leek het wel of onze redding ervan zou afhangen.....
Ik las de Bijbel erop na, speurde naar elke passage over de Shabbat , las boeken luisterde naar allerlei menselijke meningen over de Shabbat........merkte hoe verschillend erover gedacht kan worden.....
(laten we elkaar daar ajb de ruimte voor geven)
Ik las hoe de kerk in de geschiedenis het meeste joodse erfgoed overboord zette en allerlei dagen en feesten bedacht i.p.v. de joodse feesten en dagen.
Toen we met ons gezin in 2009 Auschwitz bezochten werd nog meer duidelijk hoe ook de kerk eeuwenlang God's volk vervolgde en vermoordde........Er kleeft joods bloed aan onze handen....
Het bleef steeds terugkomen...de vraag of God er voor ons als christenen ook nog waarde aan hechtte wanneer wij die dag zouden vieren.
Toen besloot ik om het aan God zelf te vragen : of Hij liefde voor die dag in m'n hart wilde leggen en een verlangen om die dag te heiligen als Zijn rustdag als Hij dat van belang zou achten voor mij.
En in mijn hart begon het verlangen te groeien om de Shabbat apart te zetten voor God.
En een verlangen om te bidden voor God's volk en de vrede van Jeruzalem.
En toen heb ik enkele maanden geleden besloten om elke Shabbat apart te zetten voor God.......
En steeds meer besef ik waar m'n wortels liggen......bij Yeshua, de Boom des Levens (the Tree-of Life)
Die in het paradijs al aanwezig was......
Genesis 2 vers 9
9 En de HEERE God liet allerlei bomen uit de aardbodem opkomen, begerenswaardig om te zien en goed om van te eten; ook de boom des levens, in het midden van de hof, en de boom van de kennis van goed en kwaad.
Genesis 3 vers 22
22 Toen zei de HEERE God: Zie, de mens is geworden als één van Ons, omdat hij goed en kwaad kent. Nu dan, laat hij zijn hand niet uitsteken en ook van de boom des levens nemen en eten, zodat hij eeuwig zou leven!
En in het boek openbaringen:
22
1 En hij liet mij een zuivere rivier zien, van het water des levens, helder als kristal, die uit de troon van God en van het Lam kwam.
2 In het midden van haar straat en aan de ene en de andere zijde van de rivier bevond zich
de Boom des levens, die twaalf vruchten voortbrengt – van maand tot maand geeft Hij Zijn vrucht. En de bladeren van de boom zijn tot genezing van de heidenvolken.
de Boom des levens, die twaalf vruchten voortbrengt – van maand tot maand geeft Hij Zijn vrucht. En de bladeren van de boom zijn tot genezing van de heidenvolken.
3 En geen enkele vervloeking zal er meer zijn. En de troon van God en van het Lam zal daar zijn, en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen,
4 en zullen Zijn aangezicht zien, en Zijn Naam zal op hun voorhoofd zijn.
5 En daar zal geen nacht zijn, en zij hebben geen lamp en ook geen zonlicht nodig, want de Heere God verlicht hen. En zij zullen als koningen regeren in alle eeuwigheid.
We horen om ons heen dat steeds meer mensen liefde krijgen voor God's volk, de Shabbat en voor de joodse feesten.
Zou dit een beweging zijn die ons erop wijst dat het niet lang meer zal duren voordat Jezus terugkomt ?
Openbaring 22
7 ‘Ik kom spoedig!’ Gelukkig is wie zich houdt aan de profetie van dit boek.
8 Ik, Johannes, was het die deze dingen hoorde en zag. En toen ik alles gehoord en gezien had, wierp ik me neer aan de voeten van de engel die me deze dingen liet zien, om hem te aanbidden. 9 Maar hij zei: ‘Doe dat niet! Ik ben een dienaar zoals jij en je medeprofeten, en zoals degenen die zich houden aan wat er in dit boek staat. Je moet God aanbidden.’10 Verder zei hij tegen me: ‘Houd de profetie van dit boek niet geheim, want de tijd is nabij. 11 Wie onheil aanricht zal nog meer onheil aanrichten, en wie onrein is zal nog onreiner worden. Wie goeddoet zal nog meer goeddoen, en wie heilig is zal nog heiliger worden.’
12 ‘Ik kom spoedig, en heb het loon bij me om iedereen te belonen naar zijn daden. 13 Ik ben de alfa en de omega, de eerste en de laatste, het begin en het einde.’
14 Gelukkig zijn zij die hun kleren wassen: zij kunnen over de levensboom beschikken en zullen de stad door de poorten binnengaan. 15 Buiten is de plaats voor de honden die zich bezighouden met toverij en ontucht, met moord en afgodendienst, voor iedereen die de leugen koestert en ernaar handelt.
16 ‘Ik, Jezus, heb mijn engel gestuurd om jullie deze dingen bekend te maken voor de gemeenten. Ik ben de telg van David, zijn nakomeling, de stralende morgenster.’
17 De Geest en de bruid zeggen: ‘Kom!’ Laat wie luistert zeggen: ‘Kom!’ Laat wie dorst heeft komen; laat wie dat wil vrij drinken van het water dat leven geeft.
Shabbat Shalom!






